Afgelopen weekend verscheen op de website van RTV Utrecht een artikel over ons verpleeghuis Nieuw Tamarinde in Utrecht. Daarin delen familieleden hun zorgen over de kwaliteit van zorg op één van de kleinschalige afdelingen, waar mensen wonen met dementie.

Zo’n bericht raakt. Allereerst omdat het gaat over mensen die ons het meest dierbaar zijn: bewoners die afhankelijk zijn van onze zorg en familieleden die erop moeten kunnen vertrouwen dat hun naaste bij ons in goede handen is. Maar ook omdat het onze collega’s raakt. Mensen, die zich iedere dag inzetten om goede zorg te bieden, ook als de omstandigheden ingewikkeld zijn. De impact van het artikel op hen is groot.

Wat mij ook bezighoudt, is dat wij al sinds april bekend waren met de zorgen. We zijn direct stevig aan de slag gegaan, hebben gesprekken gevoerd met de bewoners en familie en verbeteringen ingezet. Het artikel brengt deze kant van het verhaal en de nuance die in ieder verhaal zit, helaas niet in beeld. Het is heel jammer en verdrietig dat dit zo gaat.

Ondanks dat, is het ons kennelijk onvoldoende gelukt om het vertrouwen van familieleden te herstellen. Dat raakt een wezenlijke vraag: hebben we voldoende oog gehad voor wat bewoners en hun naasten daadwerkelijk ervaren? Hebben we de verwachtingen over de te realiseren verbeteringen wel goed geduid? We kunnen als organisatie vinden dat we de goede dingen doen, maar uiteindelijk gaat het erom of mensen dat ook merken. De conclusie is dat dit voor een aantal familieleden van deze afdeling, zeker niet zo was. Daar hebben we iets te leren én absoluut iets te doen.

Als bestuurder voel ik mij daarvoor verantwoordelijk. Het is gemakkelijk om als bestuurder naar voren te stappen om successen te delen. Juist daarom vind ik dat ik er ook moet staan, wanneer er zorgen zijn en het vertrouwen onder druk staat. Juist om te reflecteren op wat ik had moeten voorkomen en wat er in de toekomst anders moet. Daarbij gaat het vooral om de machteloosheid die ik voel onder de betrokken medewerkers en het gevoel dat zij in de kou zijn gezet. Daar had wellicht veel in voorkomen kunnen worden.

Het eerlijke gesprek durven voeren

Dit vraagt om meer dan verbetermaatregelen. Het vraagt om het eerlijke gesprek met bewoners en hun naasten over wat zij ervaren, wat zij nodig hebben en wat zij van ons mogen verwachten. En het vraagt van ons als bestuurders dat we dat gesprek zelf voeren. Niet door de verantwoordelijkheid neer te leggen bij medewerkers, die iedere dag al hard werken om goede zorg te bieden.

Want we hebben in de ouderenzorg te maken met uitdagingen, die het niet altijd mogelijk maken - of zelfs onmogelijk maken - om aan alle verwachtingen te voldoen. Dat geldt al voor vandaag, maar zal morgen en overmorgen nog minder mogelijk worden. Dat gesprek moeten we met elkaar voeren.

Juist op Nieuw Tamarinde wordt duidelijk hoe ingewikkeld dat is. Voor familieleden gaat het niet over verwachtingen of personeelsschaarste, maar over hun vader, moeder of partner die goede zorg nodig heeft. Voor medewerkers gaat het over de zorg die zij willen geven, maar die ze door moeilijke omstandigheden niet altijd kunnen bieden zoals ze zouden willen. En voor mij als bestuurder gaat het over de verantwoordelijkheid om die werelden bij elkaar te brengen. Om eerlijk te zijn over wat beter moet, maar ook over wat we wel en niet kunnen waarmaken. Zonder dat we daarmee tekortkomingen goedpraten.

Een vraagstuk dat ons allemaal raakt

En daarmee raakt Nieuw Tamarinde een vraagstuk aan, dat veel groter is dan onze eigen organisatie. Want durven we als samenleving wel het eerlijke gesprek te voeren over de ouderenzorg die we willen én kunnen bieden? Over wat mensen altijd mogen verwachten, maar ook over de grenzen aan wat mogelijk is? Want wat als de gang van de pers dan het gevolg is en daarmee het imago van onze sector opnieuw een knauw krijgt? Soms is doorgaan op de ‘oude’ manier, zonder daar uiteindelijk de antwoorden te vinden, minder moeilijk dan de moed hebben om het eerlijke gesprek te voeren. En dan zijn het eindelijk bewoners, familieleden en medewerkers die daar in het dagelijks leven mee worden geconfronteerd.

Ik heb niet alle antwoorden. Wel weet ik dat we die alleen samen kunnen vinden: door te luisteren, verantwoordelijkheid te nemen en open te zijn over wat beter moet én wat mogelijk is.

Ik nodig iedereen die aan dat gesprek wil bijdragen van harte uit. Want vertrouwen herstellen begint met luisteren, eerlijk zijn en vervolgens laten zien dat we er daadwerkelijk iets mee doen.